‘Als Natuurmonumenten gelijkwaardiger met boeren samenwerkt, kan de natuur daar heel veel beter van worden’

Haije Valkema tijdens zijn onderzoek naar Grutto’s

Haije Valkema alumnus Oogst van Overmorgen 2023

Haije Valkema (31, Sneek) groeide veilig en gelukkig op in Zuid-West Friesland, met jongens die nu nog steeds zijn vrienden zijn. Hoewel zijn vader monteur was, wilde Haije al op jonge leeftijd boer worden. Omdat hij goed kon leren, geen boerenzoon was en heel veel interesse had voor de natuur, koos hij toch voor de studie Wildlife Management in Leeuwarden. Daarnaast voerde hij parttime alle internationale grutto-onderzoeken uit voor de illustere Teunis Piersma. Een jaar lang reisde hij met grutto’s mee van Nederland naar Afrika (Mauretanië, Senegal, Gambia, Guinee Bissau) en terug. Hij ontdekte dat grutto’s tijdens de terugreis een lange stop in Spanje maken, wat tot dan toe onbekend was. Haije nam deel aan het derde cohort van de Oogst van Overmorgen (OVOM), het leiderschapsprogramma waar jonge gedreven boeren, ambtenaren, ondernemers en young professionals hun rol in de verduurzaming van het voedselsysteem vinden.

Wat is jouw rol in het voedselsysteem?

Na mijn studie ging ik aan de slag bij het collectief Waterland en Dijken als projectmedewerker in het agrarisch natuurbeheer - het boerenbedrijf bleef trekken. Ik sloot met boeren overeenkomsten af over weidevogelbeheer en stapte later over naar Natuurmonumenten, eerst in Eemland, nu in Friesland rondom het Fochteloërveen. Het agrarisch landschap is echt mijn habitat, ik werk het liefst op de rand van natuur en boerenbedrijf.

Welke rol zou Natuurmonumenten volgens jou kunnen nemen in de transitie?

Toen Natuurmonumenten in 1905 werd opgericht, werd gezegd: ‘Als we 100.000 hectare in Nederland  kopen, dan kunnen we alle biodiversiteit redden.’ Maar inmiddels hebben we meer dan 110.000 hectare en hebben we ingezien dat we dat met alleen onze organisatie niet gaan redden - al hebben we 200.000 hectare. In het prototype waaraan ik tijdens de Oogst van Overmorgen met Rob Vriends heb gewerkt, is het uitgangspunt: met een paar compromissen van onze kant, kunnen we veel meer impact maken op de grond die niet van ons is.

We stellen een andere manier voor van samenwerken tussen Natuurmonumenten en pachters. Natuurmonumenten heeft een machtspositie, want is vaak eigenaar van de grond, terwijl boeren vanwege de afzet van mest juist grote behoefte hebben aan grond. Vanuit die ongelijke positie kan Natuurmonumenten een boer heel stevig sturen in de richting van natuurbeheer. Maar dat heeft als gevolg dat de betrokkenheid van de boer op de natuur op zijn land niet groot is. Hij doet het omdat het moet, niet omdat hij van binnenuit gemotiveerd is. En dat is een gemiste kans. Als we vanuit gelijkwaardigheid zouden samenwerken, allebei een beetje geven en nemen, dan kan de natuur daar heel veel beter van worden.

Het werkgebied van Haije in het Fochteloërveen in Friesland (foto: Natuurmonumenten)

Heb je een voorbeeld van dat geven en nemen?

Als ik bijvoorbeeld heel strikt kijk vanuit onze verschralingsdoelstelling, zou ik een boer voor een bepaald stuk land kunnen verbieden daar mest op uit te rijden. Maar als ik daar iets van toesta, is een boer wel bereid om op een ander deel van zijn land wel te extensiveren. Je kunt dit niet met elke boer doen, je hebt er de juiste mensen voor nodig. Met boeren die durven na te denken over hun maatschappelijke verantwoordelijkheid als ondernemer, kun je op deze manier samenwerken. Boeren die passie en trots voelen voor het land waar ze vandaan komen, zijn er ook toe bereid. Het is daarom zo gevaarlijk om boeren uit te kopen en te verplaatsen: die voelen geen verbondenheid met het landschap waar ze terechtkomen. Die kijken alleen naar de koeien en het gras, dat is echt funest. Voor boeren die de maximale winst opzoeken is het model dat wij voorstellen niet geschikt. Ik vraag me sowieso af of deze boeren de ondernemers van de toekomst zijn, of zij onze boeren blijven.

We willen er echt een project van maken binnen Natuurmonumenten, als we er tijd voor kunnen maken en er geld beschikbaar komt. Die kans komt echt wel.

Welke waarde heeft OVOM voor jou gehad?

De mensen die meedoen aan de Oogst van Overmorgen zijn niet de types die ik hier in Friesland alle dagen tegenkom. De deelnemers en de leiders zijn echt inspirerend - ook daardoor heb ik mijn gedachten over ons prototype verder kunnen ontwikkelen. De tuinder die in de stad aan het boeren is, degene waar we op werkbezoek naartoe gingen en heel bewust met bodem bezig is… Die mensen hebben allemaal wel een nieuwe wereld voor me geopend.

Iemand zei ook: ‘Haije, jongen, je moet bij een boer geen twijfel neerleggen over natuurbeheer. Een boer wil duidelijkheid, die raakt gefrustreerd bij besluiteloosheid.’ Zo realiseerde ik me dat boeren die onrustig worden van onzekerheid, niet geschikt zijn voor het samenwerkingsmodel dat ik in mijn hoofd heb. Ik kan beter aan boeren vragen die al meewerken: aan wie kan ik dit nog meer voorleggen? Boeren weten wel van elkaar hoe ze werken en hoe ze over natuur denken.

Ik vind het trouwens altijd prettig als de vrouw van de boer aan tafel zit als ik er ben. Ook al zegt ze meestal wijselijk niks, ik weet: als ik weg ben, gaat het gesprek verder. Zij is een zakelijke sparringpartner van de boer, vaak is zij ook degene die uiteindelijk beslist. Haar rol wordt heel erg onderschat.

Haije tijdens de eerste driedaagse tijdens een opdracht om het landbouw- en voedselsysteem te leren kennen vanuit ieders perspectief

Op welke vragen heb je een antwoord gekregen?

Ik was de eerste medewerker van Natuurmonumenten die heeft meegedaan aan de Oogst van Overmorgen. Het leek me interessant om met gelijkgestemden uit andere delen van het voedselsysteem van gedachten te wisselen. Omdat ik als dertiger een nieuwe levensfase ingegaan ben, hield ik me al bezig met grotere vragen als: waar word ik gelukkig van? Wil ik de wereld mooier maken of wil ik in een mooi huis wonen? Wat drijft mij? Welke balans wil ik tussen thuis, vrienden, vrije tijd en werk?

Naast die persoonlijke vragen, kwamen er tijdens het traject andere interessante vragen op: waar sta ik in de transitie die we doormaken? Hoe zie ik mijn leiderschap? Door de Oogst van Overmorgen ben ik echt anders naar leiderschap gaan kijken. De gedachte dat het ook van toepassing is op kleine schaal, dat ik leiding geef aan mijn eigen leven – dat is een inzicht dat ik nog niet had. Dat geeft me echt richting bij het oplossen van problemen. Ik kan mezelf nu echt bewust bewegen binnen een ingewikkelde situatie, ik voel me niet langer onmachtig. Waar word ik gelukkig van? Hoe stel ik mezelf nu op? Dat blijken ook heel goede vragen in complexe kwesties die buiten mijzelf lijken te liggen.

Ik ben erachter gekomen dat mijn rol ligt in het samen met anderen proberen het systeem te veranderen. Mensen inspireren en motiveren om naar beweging te zoeken, dat talent heb ik tijdens de Oogst bevestigd gekregen. Dat is best een lekker houvast om te krijgen als je 31 bent, want je moet al zoveel kiezen in het leven...


Tekst: Corien Botman

Volgende
Volgende

‘Wij jongeren kunnen niet zeggen: het zal onze tijd wel duren – het IS onze tijd!’